Armoede en opgroeien

 

Hoe zit dat nu met armoede, want daar hebben we last van met elkaar. Gezinnen die onvoldoende eten op de plank kunnen krijgen voor de kinderen. Geen nieuwe tv kunnen kopen als bijvoorbeeld de tv kapot is gegaan. Of personen die zich buiten de maatschappij zetten omdat ze minder hebben dan een ander. In Nederland hebben we personen en gezinnen die inkomen hebben onder de grens van de bijstand, een norm die we hebben bedacht die een soort van standaard minimaal inkomen aan moet aangeven.

Veel van de mensen in de “bijstand” zijn dus arm, maar waardoor worden deze mensen arm. want ze hebben een inkomen dat zou moeten voorzien in leveronderhoud. Er zijn verschillende regelingen die er voor zorgen dat mensen met een laag inkomen extra voordelen oplevert via bijvoorbeeld belastingteruggave of toeslagen. In het jongerenwerk hebben we te maken met jeugd die opgroeit in een situatie met armoede. Tot een jaar of 13, is dat geen probleem, een kind heeft niet heel erg veel behoefte aan spullen en weet zich vaak te redden met de dingen die voorhanden zijn. Wanneer echter het “spelen” plaats maakt voor andere vormen van ontmoeting komt geld snel om de hoek kijken. Een hamburger halen bij de Mac kan voor een euro een zak snoep voor in de pauze is snel 0,50 cent. Een broodje uit de kantine is snel 2,- euro. Jeugd in de leeftijd 13-16 wordt geconfronteerd met de armoede die ze ervaren omdat ze zich gaan meten met de peers (vrienden) in hun omgeving.

Ik weet zeker dat er voldoende gezinnen zijn waar jeugd in de ochtend de deur uit gaat zonder een lunch box. Een lunchbox is natuurlijk niet cool, maar vaak is de voorraad niet voldoende in huis. De jeugdige zal de dag door moeten brengen zonder extra eten, gelukkig is water wel voorradig dus over drinken maak ik me geen zorgen. Maar als het leven van een jeugdige per week 10 euro kost, maar dit geld is niet aanwezig. Is er snel sprake van armoede die doorwerk op het leven van het kind.

Om de armoede grens te definiëren wordt er altijd gekeken naar de inkomsten en de uitgaven. Maar er wordt nooit gekeken naar de effecten van het niet mee kunnen komen van de jeugdige. Veel kinderen stellen zich ondergeschikt op aan de problematiek thuis en maken keuzes om hun kosten te beperken. ( stoppen met sport, minder kleding, minder eten, en minder vragen). Een spiraal die negatieve energie ontwikkeld.

Als we het over armoede hebben, dan vergeten we vaak de psychische armoede die ontstaat bij de jeugd die opgroeit in een situatie waarin armoede de boventoon voert. En de kwetsbare positie waar deze jeugdige in op kan groeien. Een jeugdige wil meetellen, mee doen en mee praten.Het is te makkelijk om te denken dat een jeugdige van een 13 jaar, dan maar zonder geld moet leven en daardoor als nog volledig mee kan doen met de peergroep waar hij deel vanuit maakt. Het onbedoelde effect is vaak ook dat deze jeugdige een peergroep zoeken met een gelijk probleem, waardoor de kans op financieel gewin door foute zaken vaak op de loer ligt. Eventuele inkomsten in de groep worden verdeeld of gezamenlijk uitgegeven,  Dit creëert een formule van binding in de groep. Na verloop van tijd is de kans groot dat de jeugdige deze vorm van inkomen als gewoon, en nodig gaat ervaren en blijft hangen in het snelle gewin in de groep, en niet gaat werken voor zijn geld. Want individueel verdient geld geef je niet uit in de groep. De groep zal dat niet accepteren en zal zorgen voor uitsluiting van de jeugdige. Als de jeugdige kiest voor de groep zal hij moeten meedoen met de groep.  Je ziet dit veel terug in de groepsvormingen op straat en zijn de eerste stappen in de ontwikkeling van jeugdgroepen die kunnen doorontwikkelen naar criminele jeugdgroepen.

 

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *